Wedstrijdzwemmen

Wedstrijdzwemmen:

Zwemmen is een watersport waarbij de zwemmer zich door middel van arm- en beenbewegingen voortbeweegt in het water. Men onderscheidt recreatiezwemmen en wedstrijdzwemmen. Er zijn verschillende slagen waarmee men zich voortbeweegt: borstcrawl, schoolslag, rugslag en vlinderslag. Zwemmen wordt gezien als een zeer gezonde vorm van recreatie en lichaamsbeweging. Dit onder meer omdat vrijwel alle spieren van het lichaam gebruikt worden en, doordat het lichaam gedragen wordt door het water en er geen harde stootbewegingen zijn, de gewrichten niet zo zwaar belast worden als bij bijvoorbeeld hardlopen, wat de kans op blessures klein maakt. Deze eigenschap maakt zwemmen ook geschikt voor mensen met (fors) overgewicht, daar ze bij zwemmen, anders dan bij veel andere sporten, geen hinder ondervinden van hun lichaamsgewicht. De fysiotherapie maakt dankbaar gebruik van de eigenschappen van water voor het vergemakkelijken van therapeutische lichaamsoefeningen.

Zwemmen kan al op jonge leeftijd worden aangeleerd. Veel ouders nemen baby’s en kleine kinderen al mee om te gaan zwemmen in een zwembad of recreatieplas. Er bestaat ook babyzwemmen en peuterzwemmen voor de jongste kinderen. Daarna gaan kinderen vaak naar zwemles.

Doorgaans is de motoriek van een kind rond het 6e of 7e levensjaar voldoende ontwikkeld. In Nederland is het schoolzwemmen, zwemles in schoolverband, veelal verplicht. Een leerling kan verschillende zwemdiploma’s halen, waarbij naast een steeds langere afstand, nieuwe zwemslagen, duiken en zwemmend redden bijkomende onderdelen zijn. Nederland heeft hierdoor één van de hoogste percentages personen die kunnen zwemmen, waarbij dit op relatief jonge leeftijd wordt geleerd.